Minifesto: wat er mis is met Girlboss

Onlangs ging de Netflix-serie Girlboss in premiere. Losjes gebaseerd op het leven (en het gelijknamige boek) van Sophia Amoruso, oprichter van het bekende kledingmerk Nasty Gal. De term #Girlboss, door haar in het leven geroepen, is synoniem geworden voor female empowerment. Op de dag dat de serie in première ging, veranderden vrouwen op LinkedIn zelfs massaal hun werkomschrijving naar ‘Girlboss’. Maar is die term eigenlijk wel zo empowered? Draagt de serie de idealen van het gelijknamige boek uit – en is dat überhaupt wel mogelijk, gezien de voorgeschiedenis van Nasty Gal?

Wit privilege

De serie Girlboss is door zowel critici als kijkers unaniem neergesabeld. De hoofdpersoon – nadrukkelijk niet Sophia Amoruso geheten – zou het postervoorbeeld van de entitled millennial zijn: in haar klim van blutte tiener naar baas van haar eigen succesvolle kledingbedrijf is ze verwend, lui, narcistisch, onbeschoft en letterlijk nasty naar iedereen om haar heen, inclusief haar vriend en beste vriendin – terwijl ze gelijkertijd wel driftig van mensen gebruikmaakt om hogerop te komen. Niet echt de vrouwvriendelijke boodschap die je als soortgelijke serie wil uitdragen: dat je als vrouw egocentrisch moet zijn om succesvol te worden. Nu weten we allemaal dat er een dubbele standaard is voor vrouwen en mannen, als het op ‘sympathiek gevonden worden’ aankomt – antihelden als Walter White uit Breaking Bad worden vol lof ontvangen, terwijl Skyler White uit dezelfde serie unaniem gehaat wordt omdat ze zo antipathiek zou zijn. Het ergste wat je als vrouw kan overkomen, is onaardig gevonden woren. Maar in Girlboss speelt nog iets anders mee: de hoofdpersoon is de verpersoonlijking van wit privilege. Zou een donkere vrouw ook wegkomen met hetzelfde gedrag – inclusief stelen – en er vervolgens zelfs om bejubeld worden?

Toxische bedrijfscultuur voor vrouwen

Dan is er nog het waargebeurde verhaal achter de schermen van Nasty Gal. De laatste jaren kwamen er steeds meer geruchten dat Amoruso, ondanks de feministische idealen die ze in haar boek predikte, als CEO van Nasty Gal helemaal niet zo vrouwvriendelijk was. Zo zou ze vrouwen hebben ontslagen in of net voor hun zwangerschapsverlof en verder heerste er volgens werknemers een toxische cultuur in haar bedrijf: “”I want the young women who are applying to Nasty Gal thinking it will be their dream job to know the truth behind the company’s external image of glitz and glamour. I saw too many incredibly hard working, ambitious, and eager people lose so much self confidence, self worth and motivation, including myself.”

Niet bepaald het punk-rock, hardwerkende, fempowerment (haar eigen term) dat Amoruso naar de buitenwereld uitdraagt. Amoruso is hier overigens niet de enige in; de laatste tijd zijn er meer vrouwelijke entrepeneurs, zoals Ariana Hufftington van The Huffington Post, in opspraak geraakt omdat zij weliswaar van feminisme een selling point maakten voor hun bedrijf, maar in werkelijkheid die idealen niet uitdroegen. Gevalletjes ‘commodity feminism‘ waarbij feminisme als marketingtruc worden ingezet om producten aan de vrouw te brengen, zonder er daadwerkelijk inhoud aan te geven.

 

Natuurlijk kan je het achtergrondverhaal van Nasty Gal scheiden van de serie – niet voor niets wordt er in de trailer met koeienletters in beeld gebracht dat het verhaal ‘slechts losjes’ gebaseerd is op feiten. Ware het niet dat Sophia Amoruso wel degelijk de producer is van de serie. Niet alleen verdient zij door product placement aan de show, ondanks alles is Girlboss ook gratis reclame voor haar Girlboss-platform. En dat platform predikt feministische idealen die haaks staan op de boodschap van de serie.

Schattige titels

Dan de term ‘girlboss’. Hoewel de door Amoruso in het leven geroepen titel heel feministisch klinkt – ‘Girls run the world’, hoera! – is ook daar niet alles wat het lijkt. ‘Girlboss’ maakt namelijk deel uit van een hele verzameling schattige titels die speciaal voor vrouwelijke ondernemers zijn verzonnen – van ‘SHE-O’ (vrouwelijke CEO) tot ‘momtrepeneur’. Niet alleen hebben deze termen een popperige ondertoon die impliceert dat vrouwelijke zakenlieden minder serieus worden genomen, nog belangrijker is dat ze de nadruk leggen op een imaginair verschill tussen mannen en vrouwen. Jezelf als ‘girlboss’ omschrijven is als aan Serena Williams refereren als een ‘vrouwelijke atleet’ of aan Eva Jinek als een ‘vrouwelijke presentator’. Waarom is het echter belangrijk om dat te benoemen? Is het zo speciaal als een vrouw aan de top staat van haar gekozen beroep? Door de nadruk te leggen op gender, houden we de strijd voor daadwerkelijke gelijkheid en het doorbreken van het glazen plafond juist tegen. Zoals dit artikel het omschrijft: “Be the boss, not a #girlboss.” En dan liever een baas met meer integriteit en minder ego als in deze serie.

The Female Gaze: moeders, maar geen melodrama in Big Little Lies

Toen de HBO-serie Big Little Lies in première ging, waren vooral de mannelijke critici weinig lovend. Een serie met alleen (huis)vrouwen in de hoofdrol? Dat moest wel een soap zijn. Dat principe is al jaren oud: zodra een serie, of andere vorm van entertainment, gaat over vrouwen, wordt het door critici automatisch minder serieus genomen. Zoals cultuurwetenschapper Linda Duits het laatst treffend omschreef: zelfs voetbal wordt een vorm van ‘hogere cultuur’ – zelfs ‘kunst’ – omdat die sport om mannen draait. En de tv-wereld loopt over van series over broeierige mannen van middelbare leeftijd, à la Breaking Bad en Mad Men, series die algemeen opgehemeld worden als ‘the golden age of television’. Maar neem een willekeurige serie die gaat over vrouwen en er wordt meteen het etiket ‘soap’ op geplakt.

Ja, Big Little Lies gaat over vrouwen. Over witte, rijke, gepriviligeerde vrouwen, in het idyllische kuststadje Monterey in Californië. Vrouwen die niet hoeven te werken, omdat hun man tonnen geld verdient, en die soms met elkaar concurreren over wie de ‘beste ouder’ is. Daar houden alle vergelijkingen met een soapserie als Desperate Housewives echter meteen op – want onder het geld en de pittoreske panden aan het strand wordt er een levensecht, gelaagd portret van het innerlijk leven van vrouwen geschetst, en en passant ook nog een middelvinger naar het patriarchaat opgestoken.

Gelaagd portret

HBO heeft voor de hoofdrollen in Big Little Lies drie fantastische (film)actrices weten te strikken. Reese Witherspoon (Legally Blonde, Wild) speelt de sterren van de hemel als Madeline. Op het eerste gezicht lijkt zij de stereotypische neurotische thuisblijfmoeder die roddelt en zichzelf beter vindt als werkende moeders, maar in de loop van de serie blijkt ze veel complexer dan dat: hyperactief, ja, maar ook vastbesloten om de vastgeroeste moraal in Monterey te doorbreken en ontzettend loyaal aan haar vriendinnen. Shailene Woodley (Divergent) is de alleenstaande moeder Jane, die door Madeline onder haar hoede wordt genomen en die lijdt aan PTSS nadat ze verkracht is – uit die verkrachting is haar zoon voortgekomen en Jane is doodsbang dat de gewelddadige genen van de onbekende vader in haar zoon zullen bovenkomen. Maar de grootste verrassing is Nicole Kidman als Celeste, de vrouw die het allemaal lijkt te hebben: een gepassioneeerd huwelijk met de knappe Perry (voor wie True Blood keek: Eric Northman), een schattige tweeling en een prachtige villa aan het strand. Naarmate de serie vordert, blijkt haar relatie echter allesbehalve perfect. Die relatie is echter zo subtiel en psychologisch scherp weergegeven, dat het portret van een abusive relationship misschien wel voor het eerst alle clichés ontstijgt.

Huiselijk geweld zonder clichés

In het begin zien we vooral de romantische kanten van de relatie tussen Celeste en Perry: grote gebaren, gepassioneerde vrijpartijen, totale devotie. Langzaam worden er echter ook andere dingen getoond: ruzies, wederzijds geweld, ruwe seks als ‘middel om het weer goed te maken’. Zelfs dan lijkt hun relatie echter niet op het stereotypische ‘man-als-monster-en-vrouw-als-slachtoffer’-beeld dat de meeste Hollywoodfilms laten zien als ze huiselijk geweld willen tonen. Ook al zitten ze al bij de therapeut: Perry is de eerste die toegeeft dat er iets mis is binnen hun huwelijk en Celeste weigert zichzelf als slachtoffer te zien en eist haar aandeel in hun dysfunctionele relatie op. Tijdens volgende (alleenstaande) sessies blijkt toch overduidelijk dat geweld de boventoon voert in hun relatie en dat Celeste misschien zelfs in levensgevaar is. Dat alles wordt echter zo genuanceerd en subtiel in beeld gebracht dat het niet alleen hartverscheurend, maar ook daadwerkelijk baanbrekend is. Volgens onderzoek bij real life psychologen is inmiddels gebleken dat het portret van een gewelddadige relatie en van de sessies bij de psycholoog in Big Little Lies 100% levensecht is.

De mythe van het moederschap

Naast het genuanceerde portret van huiselijk geweld zijn er echter nog veel meer baanbrekende elementen in Big Little Lies, bijvoorbeeld het beeld van het moederschap. Op het eerste gezicht lijken de moeders van Monterey erg zelfingenomen – ze gebruiken hun kinderen vooral om hun eigen perfecte status te onderstrepen of om hun onderlinge vetes uit te vechten. Ook dat blijkt echter complexer te zijn dan het eeuwenoude ‘thuisblijfmoeder versus carrièrevrouw’-debat. De moeders blijken aan de ene kant gemotiveerd door echte, diepgaande liefde voor hun kinderen en machteloosheid als ze hun kroost niet kunnen beschermen. Aan de andere kant wordt benadrukt dat het moederschap alleen voor geen van hen afdoende is – in een kathartische scene zien we Celeste bijvoorbeeld toegeven dat ze haar carrière als jurist mist, die ze onder druk van haar echtgenoot heeft opgegeven om – met de hulp van de nodige nanny’s – voor haar kinderen te zorgen.

Zonder al te veel spoilers te willen weggeven, was de finale van gisteren zowel de grote kracht van als debet aan Big Little Lies. Hoewel het geweld tussen Perry en Celeste voor het eerst zo overt wordt getoond dat de subtiliteit van de weergave van hun relatie verloren gaat, komen er namelijk twee heel belangrijke dingen boven water. Het eerste is dat geweld (in dit geval bij mannen) niet wordt aangeboren, maar aangeleerd. Toxic masculinity zit niet in de genen, maar wordt door het slechte voorbeeld van vader op zoons doorgegeven.

Vrouwenvriendschappen sterken ons

Het belangrijkste element in de laatste aflevering van de serie is echter zusterschap. Ja, deze vrouwen zijn op een bepaald niveau elkaars rivalen, en een catfight of twee is onvermijdelijk. Maar als de nood letterlijk aan de man is, dan verdedigen ze elkaar, ook omdat elk van hen op een bepaald moment in haar leven te maken heeft gehad met geweld en dreiging. Als Big Little Lies iets toont, is het dat romantische relaties ons als vrouwen vormen, maar dat onze vrouwenvriendschappen ons beschermen en sterken als we van koers willen veranderen. Een radicale notie, misschien – maar daarom niet minder waar.

The Female Gaze: dodelijke machocultuur in 13 Reasons Why

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: 13 Reasons Why gaat over zelfmoord. De 17-jarige Hannah Baker heeft haar polsen doorgesneden in het bad. Vlak daarvoor heeft ze echter de redenen daartoe ingesproken op cassettebandjes. Dertien bandjes welteverstaan, voor de dertien personen die – bedoeld of onbedoeld – een rol gespeeld hebben in haar dood. Al deze personen moeten de tapes afluisteren en ze daarna doorgeven aan de volgende op de lijst. Via Hannah’s beste vriend Clay, die aflevering na aflevering in de serie ontdekt wat er op de bandjes staat, leren we Hannah kennen en komen we er stap voor stap achter wat haar ertoe dreef om niet meer te willen leven.

Giftige mannelijkheid

Wat maakte dat Hannah veranderde van hoopvolle nieuwkomer tot iemand die zich zo eenzaam voelde dat ze het leven niet meer zag zitten? Dat kan in twee woorden samengevat worden: toxic masculinity, oftewel ‘giftige mannelijkheid’. Een cultuur waarin mannen macht en status verlenen aan het (seksueel) uitbuiten en misbruiken van vrouwen. In Hannah’s geval is toxic masculinity niet alleen venijnig, maar letterlijk dodelijk.

Het begint vrij onschuldig: Hannah is knap, en een nieuw gezicht op Liberty High School, en dus krijgt ze veel aandacht. Ze wordt genoemd in een ‘best or worst’-lijst die rondgaat, waarin zij is gekozen als ‘Beste Kont’. Als ze klaagt over de ongewenste aandacht die ze daardoor krijgt, wordt dat door haar klasgenoten weggewuifd: het is toch alleen maar een compliment? Maar dat, gecombineerd met sexting, een stalker die foto’s van haar neemt door haar slaapkamerraam en een gerucht over mogelijke biseksualiteit, en Hannah krijgt algauw het label ‘makkelijk’ opgeplakt. Daarna wordt alles alleen maar erger. Als ze op Valentijnsdag uitgevraagd wordt door een ster-basketbalspeler, komt hij expres een uur te laat opdagen, samen met zijn mede-jocks. Want, zoals hij hen uitlegt: “Als een meisje er dan nog is, betekent dat dat ze wel heel graag wil.” Vervolgens randt hij Hannah middenin de diner aan. Als ze hem van zich afduwt, wordt ze een ‘crazy bitch’ genoemd: “I thought you were easy.” De basketbalspelers lachen alsof het een grote grap is, terwijl Hannah huilend aan tafel zit. Niemand in het restaurant doet een poging om haar te helpen. De jock is de held.

Geïnternaliseerd geweld

Het sociale stramien op Liberty High is er één dat we uit veel Amerikaanse films en series kennen: de jocks, of sporters, maken de dienst uit. Daaromheen draaien de mooie meisjes, de cheerleaders, die een soort status by association krijgen, maar die zelf geen enkele macht in handen hebben. Deze jongens zijn zo gewend dat ze alles en iedereen kunnen krijgen zonder er enige moeite voor te doen, dat ze geen enkele empathie voor anderen hebben. Vrouwen, in het bijzonder, zijn objecten. Maar ook naar elkaar moeten ze telkens bewijzen dat ze nog wel alfamannen zijn en een plaats verdienen in de groep. In 13 Reasons Why zien we dat vooral basketbalspeler Justin daar onder lijdt; geleidelijk aan wordt onthuld dat hij niet zo gepriviligeerd is als de anderen en dat hij wordt mishandeld door de vriendjes van zijn alleenstaande moeder. Bovendien is hij arm. Door de groep wordt hij daarom steeds meer onder druk gezet om dingen te doen die hij eigenlijk niet wil, ten koste van zijn vriendin Jessica.

Niet alleen de jocks zelf, maar ook de hele buitenwereld lijkt deze machocultuur in stand te willen houden. Als Hannah tegen leraren of decanen probeert te zeggen wat er met haar gebeurd is of hoe wanhopig ze is, wordt er niet naar haar geluisterd. Ook ouders spelen hier een rol in. Als Alex, van nature een zachtaardige jongen, na Hannah’s dood in woede een andere jongen in elkaar slaat, wordt hij door zijn vader geprezen, want dat is “wat echte mannen doen.” Het ergste is echter dat Hannah het geweld dat haar is aangedaan, zelf heeft geïnternaliseerd. Als ze eindelijk een romantisch moment heeft met de jongen die, zo ziet de kijker allang, perfect voor haar is, klapt ze dicht; ze kan alleen nog maar denken aan alle schendingen van haar lichaam, haar privacy en vertrouwen.

Het pretty dead girl-cliché voorbij

Het is gemakkelijk om te zien waarom 13 Reasons Why momenteel dé hit op Netflix is: de acteurs (allemaal onbekenden, vaak in hun eerste rol) zijn geweldig, het verhaal is levensecht en er worden veel zaken besproken waar tieners mee moeten dealen – maar zonder in het soapachtige ‘aflevering-van-de-week over zwangerschap/depressie/peer pressure/vul maar wat in’ te vervallen. De zelfmoord is niet gesensationaliseerd of, zoals sommige media kopten, te ‘glamourous’ weergegeven. Nee, het is een manier om aandacht te vragen voor problemen die iedere tiener heeft, maar die vaak niet serieus worden genomen. Hannah Baker is meer dan het ‘pretty dead girl’-cliché; films en tv-series zijn gevuld met vermoorde meisjes die alleen maar mooie slachtoffers zijn, maar die we niet leren kennen. Door de tapes horen we echter Hannahs stem en zien we door haar ogen wat er met haar gebeurd is. Maar vergis je niet: Hannah is niet uniek. Onze maatschappij zit vol met vrouwen die geconfronteerd worden met toxic masculinity – daarom is het ook zo belangrijk dat er een tv-serie over gemaakt is. Het overweldigende succes van 13 Reasons Why is tweeledig; triest omdat er zoveel herkenning is, maar hoopvol omdat er eindelijk aandacht en een stem wordt gegeven aan deze problemen. De stilte is doorbroken en dat is de eerste stap.

Weten wat je wilt als starter

Starter op de arbeidsmarkt – ooit waren we het allemaal. Kan jij het je nog herinneren? Mij staat het in ieder geval nog helder voor ogen. Mijn eerste baan was bij een boekhandel. Het was een droom die uitkwam. Ik had mijn toekomst al voor ogen: ik zou contacten leggen in het boekenvak en als ik er klaar voor was zou ik moeiteloos opklimmen naar een redacteurspositie in een uitgeverij, en misschien zelf ooit schrijver worden. Nou, zoals jullie kunnen lezen is dat laatste gelukt, maar de weg ernaartoe verliep niet zo gladjes als ik me voorstelde. Sterker nog: af en toe wist ik het gewoon helemaal niet meer. Moest ik mijn vaste contract als bureauredacteur bij een groot, bureaucratisch bedrijf opzeggen omdat de baan me geen enkele uitdaging bood en ik me dood verveelde? Deed ik er goed aan om een positie in PR aan te nemen, die me heel leuk leek maar waar ik totaal niet de juiste ervaring voor had? En hoe word je eigenlijk schrijver, als je niet het geijkte pad van journalistiek studeren bewandelt? (Spoiler alert: gewoon doen.)

Je doel bereiken

Mijn ervaringen zijn zeker niet uniek; ik weet zeker dat iedereen die dit leest, wel elementen uit mijn verhaal herkent. Als je als twintiger op de arbeidsmarkt begint, wil je heel graag dingen bereiken, maar weet je vaak niet hoe. Wat wil je het liefste doen? Naar welk doel werk je toe? En hoe kom je daar?

Vaak wordt er van mensen verwacht dat zij op heel jonge leeftijd al uitvogelen wat ze precies willen in het leven en dat ze vervolgens als een straight arrow op hun doel afgaan. Dat is echter bijna onmogelijk. Allereerst ben je vooral als twintiger aan grote veranderingen onderhevig en als het goed is, veranderen je interesses en keuzes daarmee ook. Daarnaast zou je, als je van tevoren je carrièrepad al tot in de puntjes zou uitstippelen, eigenlijk al voordat je begint te werken helemaal door moeten hebben hoe de arbeidsmarkt werkt en welke stappen je moet ondernemen om je doel te bereiken. Dat is niet realistisch. Je leert immers al werkende pas hoe de arbeidsmarkt in elkaar steekt.

Kortom: het is helemaal niet erg als je als beginneling een valse start of een omweg maakt, op weg naar je droombaan. Maar als iemand die dat altijd wel heeft gedaan, kan ik je één ding aanraden: maak niet in het wilde weg keuzes. Experimenteren is belangrijk om uit te vinden wat je werkelijk wilt – maar alleen als je het niet op goed geluk doet. En leren van je ‘verkeerde keuzers’ is daar een belangrijk onderdeel van. Het is namelijk makkelijker om te weten wat je níet wilt, dan uit de eindeloze mogelijkheden precies datgene te pikken wat je wèl wilt – maar wel zo efficiënt mogelijk. Ik kwam er pas achter dat ik oneindige protocollen en regeltjes haatte, toen ik in een grote, bureaucratische organisatie kwam te werken. Ad hoc werken, creatieve oplossingen verzinnen en out-of-the box denken – daar houd ik van. Geen wonder dus dat ik me de laatste jaren juist bij start-ups heb aangesloten, dat past veel beter bij me en ik word er veel gelukkiger van.

Weten wat je wilt

En jij? Floreer jij het best in een organisatie waar alles is voorgeschreven en je daar dus niet over na hoeft te denken? Of wil je juist vrij kunnen werken? Vind je een vertrouwde routine prettig of heb je constant intellectuele stimulatie en bijscholing nodig? Al die dingen zijn belangrijk om uit te vinden, maar soms is het moeilijk om ze voor jezelf helder te krijgen. Ik deed een test om me daarbij te helpen: de BedrijfsOriëntatietest van Powerteam Testing. Helemaal gratis en binnen 10 minuten wist welke bedrijfsomgeving op dit moment het allerbeste bij me paste. Spoiler alert: dat was type D – je zal wel zien wat ik bedoel als je zelf de test hebt gedaan!

Dus ben jij een twintiger, net afgestudeerd en een jonge professional en wil jij, net als ik, ook uitvogelen welke bedrijfsstructuur het beste bij je past? Stuur dan een mailtje naar aanvraagbot@powerteam-testing.com, met een omschrijving wat je van de test verwacht en wat je er hoopt uit te halen. Vervolgens krijg je de test gratis toegemaild. Als je de test ingevuld hebt, krijg je meteen het rapport met de uitleg en een korte enquête over de test!

Herken jij iets in mijn startersverhaal? Deel jouw ervaringen hieronder!

Ongezien talent: potentieel beoordelen op de werkvloer

Vroeger, toen ik nog als redacteur in loondienst werkte, had ik elk halfjaar een voortgangsgesprek. Het was altijd hetzelfde: mijn baas had een voorgedrukt formulier en zette kruisjes bij elke competentie die ik beheerste. Alle hokjes werden afgetikt, behalve één: creativiteit. Want, zo zei mijn manager, dat kon hij niet beoordelen. En dat terwijl ik creativiteit juist als één van mijn beste kwaliteiten zag! Elke keer ergerde ik me weer omdat ik vond dat mijn potentieel niet gespot werd. Uiteindelijk zocht ik een andere baan.

Meer verantwoordelijkheden?

Klinkt bekend? Uit onderzoek van het Canadese bedrijf Chandler MacLeod blijkt dat 85% van de werknemers het gevoel heeft onder hun niveau te presteren. Zij voelen dat hun kwaliteiten onbenut blijven en willen meer verantwoordelijkheden op zich nemen – alleen zien hun managers dat vaak niet zitten. Zelf heb je namelijk vaak het idee dat je bepaalde kwaliteiten hebt en dat je sommige vaardigheden ontzettend goed beheerst, maar is dat ook daadwerkelijk zo? Managers vinden dat vaak niet.

Stel, je bent voorzitter van een voetbalclub, en daarom ben je ervan overtuigd dat je goed met verantwoordelijkheid om kan gaan. Je gaat naar je baas om te zeggen dat je een leidinggevende positie ambieert. Maar je baas is niet overtuigd: er zijn zoveel managers van sportclubs die weliswaar heel enthousiast zijn, maar die het eigenlijk aan skills ontbreekt. Kortom: je baas twijfelt of jij wel echt de vaardigheden hebt om leiding te geven in een professioneel bedrijf.

Je potentieel testen

Wat nu te doen? Je manager gelooft heilig dat hij gelijk heeft, maar jij ook. Dat maakt de situatie er voor allebei niet makkelijker op. En dat terwijl jullie het er beiden over eens zijn dat het potentieel benutten van werknemers zowel goed is voor hen als voor de zaak. Gelukkig is er nu een eenvoudige oplossing: er zijn tegenwoordig veel testen en assessments om objectief te beoordelen of een werknemer specifieke vaardigheden beheerst. Testen die gemakkelijk en snel afgenomen kunnen worden, vaak onder begeleiding van een onpartijdige professional die beide partijen kan helpen.

Het resultaat: jij hebt inzicht in je kwaliteiten en je kansen om jezelf te ontwikkelen. Je baas heeft dat ook en voelt zich vrijer om in jou te investeren. En de spanning is verdwenen, wat beter is voor jullie – en het bedrijf. Eind goed, al goed!

Meer weten? Powerteam Testing kan je helpen de perfecte test te vinden. Als mijn baas dat indertijd had gedaan, had ik nu misschien nog steeds dezelfde baan – creatief en wel.

Instant Classic: Full Frontal Feminism

Liselore van der Zweth vat feministische klassiekers voor je samen zodat jij ze niet hoeft te lezen – maar het straks wel wilt.

full frontal feminism

Hoe heet het?
Full frontal feminism door Jessica Valenti

Wanneer en waar?
2007, Amerika

Waar kan je de auteur van kennen?
Valenti is de oprichtster van de bekende site  Feministing.com en ze schrijft wekelijks een column over feminisme in de Engelse kwaliteitskrant The Guardian. Lees ze vooral. In één van haar bekendste columns vroeg ze haar lezers of er ook landen waren waar tampons werden gesubsidieerd. Over de rel die volgde, lees je hier.

Waar gaat het over?
De ondertitel zegt het al: “A young woman’s guide to why feminism matters”. Dit is geen saaie feministische verhandeling over aanrechten en burgerrechten, waar je je met een woordenboek doorheen moet ploegen. “You’re a feminist, I swear” begint ze, en met genante en gevoelige persoonlijke voorbeelden legt ze uit hoe ze daar zelf achter kwam. Het is eigenlijk heel logisch.

Vind jij het oneerlijk dat actrices in Hollywood de helft minder betaald krijgen dan hun tegenspelers – ook al hebben ze de hoofdrol? Baal je ervan dat je niet over straat kan zonder dat je seksistische shit over dikke tieten naar je hoofd geslingerd krijgt? Kijk je weleens in de spiegel en baal je van jezelf? En baal je vervolgens dat je daarvan baalt? Dan ben je al een feministe. Ook al noem je jezelf niet zo.

Waarom zou je dit boek eigenlijk echt wel moeten lezen?
Valenti legt je op elk gebied – werk, seks, je zelfbeeld – uit waarom feminisme voor jou belangrijk is. Met cijfers en feiten èn met humor. Valenti is als je beste vriendin die tegen je praat. Het enthousiasme over feminisme,  maar ook de verwondering over de bizarre wereld waarin we leven spat van de pagina’s. Valenti noemde zich altijd een humanist, want feminisme, ‘dat hadden we toch niet meer nodig?’ Op haar 22e volgde ze echter  vrouwenstudies en ze kwam erachter  dat ‘gelijkheid’ toch nog niet zo ver was als ze altijd had gedacht. Als vrouw moet je er namelijk wel sexy uitzien, maar je mag vooral niet assertief zijn op het gebied van seks. Als vrouw word je nog steeds verantwoordelijk worden gehouden als je verkracht bent. Kijk maar naar hoe de verkrachtingsslachtoffers van Bill Cosby worden behandeld en niet geloofd. En als vrouw wordt je recht op anticonceptie en abortus nog steeds bedreigd. Zo krijgt de belangrijke Amerikaanse health clinic Planned Parenthood sinds kort geen subsidie meer omdat er abortussen worden uitgevoerd. Ja, je hebt al deze dingen al vaker gelezen. Ik ook. Maar Valenti beschrijft ze met een frisse blik en zonder bullshit.

Wat moet je weten als je dit boek toch niet gaat lezen?
Feminisme is niet overbodig in onze moderne samenleving. Ja, vrouwen hebben stemrecht. En de seksuele revolutie heeft ervoor gezorgd dat we zelf kunnen beslissen of en hoe we seks hebben en of en wanneer we kinderen willen. Daardoor denken veel mensen dat mannen en vrouwen al 100% gelijk zijn en dezelfde rechten hebben. Hoe vaak wordt er niet geschreven dat “het feminisme dood is”? Ja, waarom wordt er dan nog over geschreven? De waarheid  is: er zijn nog steeds veel ongelijkheden. Op het gebied van werk en geld, maar ook van seks en uiterlijk. En ja, daar kan jij als vrouw iets aan doen. Zo veel of zo weinig als je wil. En nee, jezelf feministe noemen betekent niet dat je lelijk, dik, boos of een lesbo bent. Of jij nou graag lipstick draagt of juist bergschoenen, of allebei: je bent sowieso te gek.

Kant-en-klaar quote voor feestjes en partijen:
“As different as we all are, there’s one thing most young women have in common: We’re all brought up to feel like there’s something wrong with us. We’re too fat. We’re dumb. We’re too smart. We’re not ladylike enough – ‘stop cursing, chewing with your mouth open, speaking your mind’. We’re too slutty. We’re not slutty enough.

Fuck that.

You’re not too fat. You’re not too loud. You’re not too smart. You’re not unladylike. There is nothing wrong with you.”

ZIN. in onderwijs #11 // Lezen

966819_10201285945333744_511202677_o

Vandaag een ode aan mijn favoriete vak van vroeger: Nederlands.

Waar sommigen wellicht nog steeds badend in het zweet wakker worden als ze er alleen al aan denken, kon (en kan) je mij geen groter plezier doen dan lezen, en mijn literatuurlijsten vervulden me dan ook van plezier. In ‘mijn tijd’ (ja, oma spreekt – we hebben het hier over de mid-90’s) hadden we niet dat laffe gedoe van slechts 10 boeken die je moest lezen. Nee, er prijkten maar liefst 25 boeken op mijn Nederlandse lijst, en wel 15 op respectievelijk de Duitse, Engelse en Franse lijsten (ik had het zogenaamde ‘pretpakket’). Ook kwamen er geen Carry Slee en aanverwanten op voor. Dat was ten strengste verboden. We hadden het namelijk over literatuur met een grote L. True story: toen ik The secret history van Donna Tartt op mijn Engelse literatuurlijst wilde zetten (dat was het jaar voor mijn eindexamen verschenen en een groot succes bij zowel recensenten als publiek) mocht dat niet omdat het boek volgens mijn Engelse lerares ‘te commercieel’ was. Daar was ik uiteraard – terecht, vind ik nog steeds – woedend om, in die mate dat ik een volledige campagne heb gevoerd om het boek toch op de lijst te krijgen. Met positief resultaat! De aanhouder wint 😉

Nu ben ik, vrees ik, geen doorsnee mens, en dat was ik als tiener ook al niet. Ik hoefde niet tot lezen aangezet te worden, want dat deed ik al. Ik las zelfs De ontdekking van de hemel (toen net uitgekomen) voor mijn plezier, alle duizend pagina’s. Ik ken echter genoeg mensen, zowel ouder als jonger dan ik, die van literatuuronderwijs en verplicht lezen een levenslange afschuw van boeken hebben gekregen. Om de paar jaar laait er daarom weer een debat op over hoe het lezen op de middelbare school gestimuleerd kan worden. Wat te doen? Minder verplichte boeken voorschrijven of juist meer? Het niveau hoger maken of juist laagdrempeliger?

I’m in two minds about it. Niemand ontsnapt helemaal uit zijn eigen mindset en zoals ik al zei: ik vond die lange leeslijsten heerlijk. Het ‘uitkleden’ van literatuuronderwijs vind ik dan ook geen goed zaak. Aan de andere kant: ik heb jarenlang in de boekwinkel gewerkt en daar vond ik de vrij snobistische houding van ‘dit zijn wel goede boeken en dat niet’ vaak ronduit storend. Geef mij maar een Oprah’s Book Club Choice: als mensen maar lezen, maakt het mij eigenlijk geen bal uit welke boeken het zijn, al was het de Bouquetreeks.

Wat mij echter wel verbaast, is de weinig originele en ook gedateerde keuze van boeken op literatuurlijsten Volgens scholieren.com zijn de populairste boekenkeuzes nog immer 1) Het gouden ei 2) De aanslag en 3) Het diner. Net als toen ik nog op school zat! (Ok, Het diner kwam later.) Ja, die zijn dun en/of verfilmd, dat snap ik ook wel. Maar er moeten toch recentere keuzes zijn, die wellicht ook beter aansluiten op de leerlingen van nu? De Nederlandse literatuur is toch niet blijven stilstaan bij Mulisch en Reve?

Wat ik voorsta, is niet zozeer een zwaarder of lichter aanbod, of meer of minder boeken: nee, ik denk dat een breder literatuuronderwijs tieners het meeste stimuleert. Ja, natuurlijk is het goed om De Avonden gelezen te hebben, of zelfs Eline Vere. Maar kom ook maar op met de Heerma’s van Vos, Myrthe van Meer of zelfs, god verhoede het, Robert Vuijsje. En wat te denken van jonge, succesvolle schrijfsters als Nina Weijers of Nina Polak? Just sayin’. Want het genot van lezen ontdekken, dat gun ik iedereen.

ZIN. is het geesteskind van … Liselore van der Zweth // freelance tekstschrijver/blogger/redacteur // lettervreter en free spirit // optimist by default // brengt onderwerpen graag terug tot het persoonlijke // houdt van out of the box denken en de ongebaande paden bewandelen.

Liselores Zin // I am not a robot

black-and-white-person-woman-girl

© Pexels

De laatste tijd huil ik vaak. Ook in het openbaar. No joke. In de tram, lopend naar een vriendin toe, tijdens het mediteren…. Ik zet er niet eens meer een zonnebril bij op. (Wel heb ik geïnvesteerd in een mascara die een Siberische sneeuwstorm nog kan trotseren.)

Zo ook vanmiddag. Stomtoevallig kwam het nummer I am not a robot van Marina and the Diamonds langs in mijn playlist. Een paar jaar geleden draaide ik haar eerste cd kapot en ze is nog steeds één van mijn favoriete artiesten, maar dit nummer had ik al een hele tijd niet meer gehoord. Luisterend naar de tekst leek het nu of Marina me toesprak. Alle woorden beschreven zo precies hoe ik me de laatste tijd voel en wat ik mezelf ook graag zou willen zeggen:

I’m vulnerable, so vulnerable / I am not a robot

I’m lovable, so lovable / I’m just troubled.

Well. Kwetsbaarheid heeft mij niet nodig in haar corner, dat doet Brené Brown al genoeg, maar ik heb de laatste tijd wel iets geleerd: soms, being broken means being cracked open. En ook hoe belangrijk het is om jezelf met de aardigheid te behandelen die je een ander ook zou schenken. Dat is één van de belangrijkste dingen waar ik dit jaar aan wil werken en ook het overkoepelende thema van mijn intakegesprek bij De Bewustzijnschool. ‘Zelfcompassie’ klinkt heel erg trendy, maar eigenlijk is het een heel logische manier van met jezelf omgaan. Je bent (hoop ik voor jou) voor anderen toch ook niet zo’n overkritische zeikerd? Waarom voor jezelf dan wel? De laatste tijd kom ik het overal tegen nu ik me er bewust van ben – in mijn werk, bij mijn therapeut, zelfs bij yoga: dat dat stemmetje in mijn binnenste voortdurend zegt dat ik het vast niet kan of niet goed genoeg ben, dat ik beter mijn best moet doen. Vreselijk! Dus met zachte hand probeer ik dat stemmetje wat te temperen. Mezelf eraan te herinneren dat ik heus goed in dingen ben, maar dat het daar eigenlijk niet eens om draait. Dat ik het vertrouwen moet hebben dat ik ook goed genoeg ben als ik niet de beste ben. Dat mensen me ook OK vinden als ik niet perfect ben (en let’s face it: perfect is niemand).

Gewoon even een hart onder de riem van alle onzekere mensen – want ik ben vast niet de enige: jij bent ook awesome! Net als ik, en als wij allemaal. En als je het af en toe niet meer ziet zitten, is het OK om om hulp te vragen. Je vrienden staan vast en zeker klaar voor een peptalk, dus gooi het eruit!  En als je een plek wil om aan jezelf te werken, waar je omringd wordt door alleen maar lieve mensen die je steunen (ja, dat bestaat echt), kan ik je van harte De Bewustzijnschool aanraden. Zo’n intakegesprek als ik had, is deze maand nog helemaal gratis, dus grijp die kans! Dan komen we elkaar wie weet nog tegen 🙂

Onthoud: You are not a robot. But you are lovable.

 

Into the great wide open

Into-the-great-wide-open-760x440

Janis Joplin zei het al: “Freedom is just another word for nothing left to lose”. Toch had ik eigenlijk niet door wat dat precies betekende, al die jaren dat ik droomde van hitchhiken op Route 66, backpacken door Thailand of WWOOF-en in Nieuw-Zeeland. Dat écht vrij zijn ook een schaduwzijde heeft en dat het gepaard gaat met verdriet en loss omdat je ook werkelijk alles moet loslaten, daar kom ik pas nu achter.

Wat betekent het eigenlijk écht, ‘een leven opbouwen’? Dat vraag ik me de laatste jaren regelmatig af. Ooit, in 1998, kwam ik naar Amsterdam met slechts één doel voor ogen: een plek voor mezelf opeisen. Me thuis voelen. Ik dacht dat daar de usual ingredients voor nodig waren: een huis (nou ja: appartement ;)), een baan, vriendenkring, het liefst ook nog een relatie en om het helemaal af te maken: huisdieren en/of hobby’s. En ja: het duurde meer dan tien jaar, maar uiteindelijk had ik het gevoel dat ik een stevig fundament had gebouwd, dat niet zomaar afgebroken kon worden.

Dat was echter niet zo. Op het ‘hoogtepunt’ begonnen alle bouwstenen één voor één om te vallen. De veiligheid die zo rotsvast leek ingebakken, bleek een illusie. Alle pilaren die mijn ‘leven’ droegen werden weggevaagd en ik had het gevoel dat er laag na laag van me afgestript werd, totdat er een totaal weerloze, naakte, kwetsbare versie van mezelf overbleef.

In retrospectie was het idee dat zo’n leven er op een gegeven moment gewoon, eh, IS en blijft, ook tamelijk naïef, op de manier waarop ik als tiener naar mijn ouders keek naïef was: alsof je op een bepaalde leeftijd, pak ‘m beet 30, plotseling op magische wijze een volwassene bent, en dat dat dan ook een soort permanente state of being is, waarna je niet meer echt verandert. Nu ben ik inmiddels ouder dan mijn ouders waren toen ze mij kregen en ik kan jullie verzekeren dat niets minder waar is. Ik fluctueer dagelijks tussen me afwisselend een tiener voelen (onzekerheden incluis) en vaak ook as old as the hills. De waarheid is: je blijft altijd veranderen, en dat is maar goed ook. Je zou maar op een bepaald moment in je leven blijven stilstaan, frozen in time! Daar moet je toch niet aan denken.

Anyway: hoe zwaar, pijnlijk en moeilijk ook: verlies en loslaten heeft ook een andere kant. De fundamentele menselijke reactie (ook de mijne) bij verlies is om je als een wanhopige vast te klampen aan datgene wat er nog wel is, om althans nog een glimp van veiligheid te voelen. Maar het nare is dat dat vaak meer voelt als tenondergaan met een zinkend schip. Heel langzaam, stapje voor stapje, heb ik geleerd om die lifeboat los te laten. Ik ben er nog niet helemaal, want eng blijft het, maar ik zie die vrijheid soms zo dichtbij dat ik ‘m bijna aan kan raken. En ik hoop dat ik er one day soon echt op zal vertrouwen dat alles goed zal komen als ik loslaat: dat ik niet zal verdwijnen in de ruimte, maar dat ik anderen tegen zal komen die daar ook rondzweven, en dat we in steeds wisselende constellaties nieuwe patronen zullen maken.

Onlangs vond ik een gedicht dat ik schreef toen ik 18 was:

Maybe one day

I’ll hold these treasures in my hand

– two grains of Sahara sand, perhaps

or

the rose pink petals of a desert plant

or

a slip of cinnamon scented silk, cinnamon colored cotton

(spices of the East) –

nothing more

See these railway windows sliding into nothing

(fade out)

Show me the sound of trail tracks

and I will sing my staccato song

all along the road

and dance away

one day

Well. ‘One day’ was a long time coming, maar nu is het eindelijk bijna zover. Into the great wide open!

xx Liselore

Interview // Zella Day

Al eerder schreef ik dat ik de piepjonge, modern day chanteuse Zella Day had ontdekt. Vandaar dat ik enorm vereerd was dat ik uitgenodigd werd om haar te interviewen naar aanleiding van haar tour en haar concert in Bitterzoet a.s. zondag!

Zella-Day-4-760x440

 © Alexandra Valenti

Zella Day is nog erg jong, 20 jaar, en hoewel ze al haar hele leven muzikant is, is haar debuutalbum ‘Kicker’ slechts een paar maanden geleden uitgekomen. Nu tourt ze al een paar maanden met haar band rond de wereld. Niet gek voor een meisje uit Pinetop, Arizona dat tot een jaar geleden in Silver Lake, LA, woonde. Ik vroeg me af of het moeilijk is om op te groeien in zo’n rollercoaster en of de newfound beroemdheid haar volwassenwording beïnvloedt. “Mijn liedjes zijn het bewijs van mijn groei. Als ik luister naar de nummers die ik twee jaar geleden schreef, kan ik horen hoe mijn horizon zich verbreid heeft. Omdat ik nog zo jong ben, neem ik alle nieuwe ervaringen als een spons in me op en ik uit ze in mijn muziek.” Maar is het niet moeilijk om grounded te blijven? “Mijn familie heeft me de afgelopen 6 jaar bijgestaan toen ik mijn muzikale carrière van de grond probeerde te krijgen. We zijn heel hecht. En nu het eenmaal zover is, kan ik niet wachten om samen met hen de wereld te veroveren!” Touren kan echter een whirlwind zijn: “Een tour is eigenlijk een soort travelling circus, met stage lights, strange dudes, gratis bier, een hoop lol, heel veel hotelkamers en loads of inspiration. Soms ben ik helemaal verliefd op elk aspect van de tour, maar er zijn ook dagen dat ik liever thuis zou zijn, in bed met mijn hond.” (Don’t we all?)

Zella’s stem wordt vaak vergeleken met die van Lana del Rey. Toch heeft ze haar eigen unieke sound, poppy, maar ook rauwer en minder bombastisch. Luister bijvoorbeeld naar haar tweede single Hypnotic – mooie clip ook trouwens:

Net als Lana is Zella, naast als muzikante, ook ontdekt als een waar bohemian fashion icon. Zo werkte ze bijvoorbeeld samen met hét bohemian merk Free People:

Hoe dat is? “Muziek is het meest speciaal als het 100% origineel is en datzelfde geldt voor mode. Ik heb weliswaar mijn eigen stijl, maar die verandert ook nu ik in Californië woon en ik omringd ben door fantastische vintage boetiekjes, rommelmarkten en up-and-coming designers. Het is geweldig geweest om de kans te hebben om met de mooiste kleding te spelen en te experimenteren met mijn look.”

Zella-Day-3

 © Alexandra Valenti

Terug naar de muziek. Wat is het belangrijkste dat Zella via haar songs met haar publiek probeert te delen? “Elk nummer heeft een eigen boodschap, die uniek en kwetsbaar is. Ik streef ernaar om een goed persoon te zijn en ik hoop dat ik anderen kan inspireren om mijn voorbeeld te volgen. Er is een allesoverkoepelende liefde waar ik me mee verbonden voel en ik probeer dat gevoel ook aan mijn publiek over te brengen.”

Last but not least: heeft Zella een motto waar ze naar leeft? “To make a conscious effort to do at least one thing for somebody else every day. Stay inspired. Feed your body healthy food. Listen to your heart’s intuition. Keep your family close.”

Ik kan niet wachten tot ik Zella zondag live mag zien spelen!  See you there!

Liefs, Liselore